Rick-Jongen-2
 
NL / EN / DE

B&W kan vergunning niet weigeren met enkele verwijzing naar beleid

Bij het weigeren van een omgevingsvergunning, kan het college van B&W niet volstaan met de algemene verwijzing naar beleid. Dat volgt uit een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 februari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:515).

De zaak

De feiten waren kort samengevat als volgt. De appellant is eigenaar van een perceel, waarop een woning met bijgebouwen is gebouwd. Eén van die bijgebouwen is een voormalige schuur, die is verbouwd en geschikt is gemaakt voor bewoning. Aan de schuur is ook een huisnummer (168a) toegekend. Appellant vraagt een omgevingsvergunning aan om de schuur als woning te mogen gebruiken. Volgens het bestemmingsplan is namelijk slechts één woning per bestemmingsvlak toegestaan. Het college weigert de vergunning, onder verwijzing naar de Woonvisie en de Nieuwe kaders woningbouwinitiatieven.

Oordeel van de Afdeling

De Afdeling stelt voorop dat het in dit geval gaat om het verlenen van een omgevingsvergunning voor een ‘kruimelgeval’ (artikel 2.12, lid 1 onder a sub 2 Wabo). Het college heeft beleidsregels vastgesteld over het verlenen van een dergelijke omgevingsvergunning, het Ontheffingenbeleid kruimelgevallen. Volgens dat beleid wordt per geval bekeken of medewerking kan worden verleend aan afwijking van het bestemmingsplan.

Bij de weigering van de vergunning heeft het college volstaan met de verwijzing naar de Woonvisie en de Nieuwe kaders woningbouwinitiatieven. Volgens het college blijkt daaruit dat in beginsel geen medewerking wordt verleend ten aanzien van nieuwe woonfuncties.

Volgens de Afdeling volgt uit dit beleid weliswaar dat de gemeente een restrictief beleid voert, maar dat daaruit niet kan worden afgeleid dat toevoeging van een nieuwe woning aan de woningvoorraad zonder meer is uitgesloten. Het college kan bij de weigering dus niet volstaan met de enkele algemene verwijzing naar het beleid: het beleid laat ruimte om te beoordelen of de gevraagde woonfunctie vanuit ruimtelijke oogpunt in dit geval aanvaardbaar is.

Kortom: het college zal bij de beoordeling van de vergunningaanvraag niet alleen het beleid moeten meewegen, maar ook de andere bij het besluit betrokken belangen.

Conclusie

Bij de beoordeling van een vergunningaanvraag zal het college verder moeten kijken dan het eigen beleid. Dit beleid mag wel worden meegenomen in de belangenafweging, maar kan niet uitsluitend de reden vormen om een omgevingsvergunning te weigeren. Het college zal moeten onderzoeken of de verlening van de vergunning niet in strijd is met de ruimtelijke ordening. Daarbij spelen meer belangen dan enkel het geldend beleid.

Deze bijdrage werd geschreven door: mr. Rick Jongen, sectie Vastgoed & Overheid (rjongen@thuispartners.nl)

Algemene voorwaarden Disclaimer Privacyverklaring Cookieverklaring