NL / EN / DE

Bezorgers Deliveroo zijn -toch- werknemer!

De platformeconomie neemt een vlucht en platformwerk is aan de orde van de dag. Al een tijd bestaat er discussie in literatuur en politiek over welke invloed dat juridisch zou moeten hebben op de rechtsverhouding tussen werkverschaffer en werker.

Op 15 januari 2019 heeft de kantonrechter in een concrete zaak geoordeeld dat de rechtsverhouding tussen Deliveroo en haar maaltijdbezorgers is aan te merken als een arbeidsovereenkomst. Dit is opvallend omdat een kantonrechter van dezelfde rechtbank afgelopen zomer nog oordeelde dat de maaltijdbezorgers wel degelijk als zzp’er aan de slag waren.

Deliveroo als platform

Deliveroo koppelt via een digitaal platform onafhankelijke restaurants middels een bestel- en betaalsysteem aan klanten. Deliveroo biedt daarbij een online maaltijdbestelsysteem, een onlinebetaalsysteem en een bezorgdienst aan de restaurants.

In de beginjaren sloot Deliveroo arbeidsovereenkomsten van tijdelijke aard met de bezorgers. Per februari 2018 sluit Deliveroo echter geen arbeidsovereenkomsten meer met bezorgers. Deliveroo besloot te gaan samenwerken met ZZP’ers op basis een -zelf benoemde-“partnerovereenkomst”, hetgeen een overeenkomst van opdracht is. Dit zou de bezorgers veel meer vrijheid opleveren om het werk naar eigen wens in te vullen.

Kantonrechter Amsterdam: zomer 2018

Op 23 juli 2018 oordeelt een kantonrechter van de rechtbank Amsterdam in een rechtszaak tussen een student-bezorger en Deliveroo dat er inderdaad een overeenkomst van opdracht tussen partijen was gesloten. Géén arbeidsovereenkomst. De kantonrechter heeft bij dit oordeel vooral de focus gelegd op de tekst van de overeenkomst. De “Deliveroo-constructie” lijkt afgelopen zomer dus (vooralsnog) toegestaan.

Kantonrechter Amsterdam: winter 2019

Op 15 januari jl. ligt er een nieuwe, vergelijkbare, zaak ter beoordeling van een andere kantonrechter van de rechtbank Amsterdam. Hij vergelijkt de feitelijke situatie bij Deliveroo toen er eerst nog gewerkt werd op basis van een arbeidsovereenkomst met de latere situatie waarin op basis van een partnerovereenkomst wordt gewerkt. Tevens toetst hij de wettelijke elementen van de arbeidsovereenkomst aan de feitelijke situatie en omstandigheden bij Deliveroo. Aan de hand daarvan komt de kantonrechter, anders dan eerder genoemde collega-kantonrechter, tot de conclusie dat er wel degelijk sprake is van arbeidsovereenkomsten. De verhouding tussen Deliveroo en de bezorgers is sinds de invoering van de overeenkomsten van opdracht namelijk niet wezenlijk veranderd.

Partijbedoeling en omstandigheden van het geval

Of sprake is van een arbeidsovereenkomst wordt bepaald door alle omstandigheden van het geval, in onderling verband bezien. Daarbij is niet zozeer doorslaggevend hoe partijen de overeenkomst noemen, maar welke rechten en verplichtingen zij daarbij over en weer beoogd hebben en in hoeverre daaraan feitelijk uitvoering is gegeven.

Deliveroo maakt echter eenzijdig standaardcontracten op, die niet onderhandelbaar zijn. Aan de bedoeling van partijen kan daarom geen doorslaggevende betekenis worden gehecht, aldus het oordeel van de kantonrechter.

Gezagsverhouding

De plicht om een prestatie te leveren ontstaat volgens de letter van het contract voor partijen pas op het moment dat een bestelling door de bezorger wordt geaccepteerd en aan hem wordt toegewezen. De bezorger kan vooraf aangeven wanneer hij beschikbaar is én heeft ook de mogelijkheid een klus te weigeren.

Het inschrijfsysteem maakt echter dat de bezorgers toch gestimuleerd worden om bestellingen te accepteren en niet (te veel) te weigeren. Zo kiest het systeem bijvoorbeeld de bezorger die het dichtst bij is en moet deze bezorger dus, om in aanmerking te komen, feitelijk paraat staan. Daarnaast krijgt een bezorger bijvoorbeeld voorrang bij gewilde sessies, indien hij goed heeft gepresteerd. De papieren vrijheid van de bezorger, blijkt in de praktijk toch een heel stuk kleiner.

De kantonrechter acht ook van belang dat de bezorger zich aan bepaalde instructies en voorgeschreven gedragingen moet houden tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Omdat het om eenvoudig en ongeschoold werk gaat en er niet veel andere aanwijzingen te geven zijn, is de mate van het geven van instructies in dit geval hoog. Er is dus volgens de kantonrechter wel degelijk een gezagsverhouding aanwezig.

Vervanging

Ook de mogelijkheid uit het contract om je als bezorger door een derde te laten vervangen blijkt in de praktijk een wassen neus. Zulks omdat in de praktijk de tijd om een vervanger in te zetten te kort is en hij vooraf op enkele kleine criteria door Deliveroo moet worden goedgekeurd.

Beloning

Er wordt per bestelling aan de bezorger uitbetaald. De prijs varieert afhankelijk van tijd en plaats. In de systematiek zit echter weinig tot geen ruimte voor een onderhandeling over het tarief. Daarbij is de gemiddelde vergoeding die een bezorger per uur krijgt vergelijkbaar met de hoogte van het loon dat aan de werknemer-bezorgers werd uitbetaald.

Er is, aldus de kantonrechter, geen reden om niet (meer) van loon in de zin van art. 7:610 BW te spreken, ook al is er sprake van een wisselend loon per concrete prestatie.

Inschrijving KvK

Iedere bezorger is ingeschreven als zzp’er bij de KvK. Aan die inschrijving kan volgens de kantonrechter echter geen belangrijke betekenis worden gehecht omdat mag worden aangenomen dat in dit geval de inschrijving is verricht (louter en alleen) omdat dit door Deliveroo verplicht is gesteld.

Overige omstandigheden

Ook de overige omstandigheden, zoals de te gebruiken eigen materialen of de mate van zelfstandigheid in de uitoefening van een bedrijf, duiden volgens de kantonrechter niet op een overeenkomst van opdracht.

Ruimte voor verandering?

In zijn conclusie laat de kantonrechter de mogelijkheid open dat er in de praktijk toch bezorgers zijn die een mogelijkheid vinden om het werk om te zetten in bedrijfsuitoefening, waardoor het karakter van een overeenkomst van opdracht gaat overheersen. Volgens de kantonrechter zijn dat (vooralsnog) uitzonderingsgevallen.

Te verwachten is dus dat dit niet de laatste zaak is op het gebied van platformarbeid, die aan de rechter is voorgelegd.

Van belang tot slot is dat de kantonrechter wel aanstipt begrip te hebben voor de behoefte aan flexibiliteit van een onderneming en te begrijpen dat ook sommige werkers prijs stellen op deze flexibiliteit, zeker als daar bij gebrek aan sociale lasten een hogere vergoeding tegenover staat. Gezien het dwingendrechtelijke karakter van het arbeidsrecht is het volgens de kantonrechter echter niet aan partijen om te beslissen of ze daarvan willen afwijken. Indien daarin verandering moet komen, bijvoorbeeld voor bepaalde groepen werkenden die wellicht helemaal geen behoefte hebben aan de bescherming van het arbeidsrecht, ligt dat op de weg van de wetgever. De kantonrechter verwijst dus uitdrukkelijk naar de politiek.

Lees hier de volledige uitspraak.

Dit artikel werd samengesteld door Mr. Fabienne Degens, advocaat arbeidsrecht