Thuis Partners
 
NL / EN / DE

De beloning van de bestuurder en de rol van de Ondernemingsraad

Recent is weer veel commotie ontstaan over de hoogte van de beloning van een topbestuurder. ING wilde het salaris van haar bestuursvoorzitter met 50% verhogen. Dit voorstel leidde tot een hoogoplopende maatschappelijke discussie over nut en noodzaak van een dergelijke salarisverhoging. Onder druk van de maatschappelijke verontwaardiging heeft de Raad van Commissarissen van ING het voorstel uiteindelijk ingetrokken. 

Wetsvoorstel uitbreiding bevoegdheden OR inzake beloningen van bestuurders

Opmerkelijk in dit verband is dat de Tweede Kamer recent, op 23 januari 2018, heeft ingestemd met een wetsvoorstel met betrekking tot de wijziging van de Wet op de Ondernemingsraden (“WOR”) in verband met de bevoegdheden van de ondernemingsraad (“OR”) inzake de beloningen van bestuurders. De titel van dit voorstel tot wijziging klinkt veelbelovend. Krijgt de OR door dit wetsvoorstel daadwerkelijk invloed op de beloning van bestuurders? Uit het feit dat de invoering van dit wetsvoorstel tot op heden weinig tot geen stof heeft doen opwaaien en vrijwel ongemerkt door de Tweede Kamer is geloodst valt wellicht al de voorzichtige conclusie te trekken dat hier eerder sprake lijkt te zijn van symboolwetgeving dan van een daadwerkelijke aardverschuiving in de bevoegdheden van de OR op dit punt.

Wat houdt het wetsvoorstel in?

Het wetsvoorstel, dat reeds dateert van 13 oktober 2016 en dat werd ingediend door toenmalig minister van sociale zaken en werkgelegenheid Asscher, voorziet volgens de toelichting in een uitbreiding van de bevoegdheden van de ondernemingsraden inzake de beloning van bestuurders van grote ondernemingen. De indiening van het wetsvoorstel werd gemotiveerd met een verwijzing naar de maatschappelijke en politieke onvrede in de afgelopen jaren over de als onevenredig ervaren stijgingen van de beloningen van bestuurders, vooral in die gevallen waarin de gemiddelde werknemer werd geconfronteerd met een ‘nullijn’ of een bescheiden salarisverbetering. Hoewel de regering erkent dat zij niet treedt in de bevoegdheden van de aandeelhouders, die immers over de vaststelling van de beloningen van bestuurders gaan, is de regering van mening dat de ontwikkeling van evenwichtige beloningsverhoudingen binnen ondernemingen gediend is met meer openheid. De door de overheid voorgestelde maatregel zou dienen als stap in het proces van bewustwording over deze materie. Volgens de regering kunnen onevenredige beloningsverschillen de arbeidsverhoudingen binnen ondernemingen schaden. Het gesprek tussen OR en bestuurder/werkgever kan bijdragen aan het voorkomen hiervan.

Is er wel sprake van een nieuwe verplichting c.q. bevoegdheid?

Hoewel de ondernemer op basis van het huidige artikel 31d van de WOR reeds gehouden is schriftelijke informatie te verstrekken aan de OR over de arbeidsvoorwaardelijke regelingen van de werknemers en de beloningsafspraken van het bestuur, vindt de wetgever deze verplichting niet ver genoeg gaan. Met deze verplichting wordt volgens de regering immers nog niet bewerkstelligd dat deze informatie tijdens de overlegvergadering tussen OR en bestuurder ook daadwerkelijk besproken wordt. De regering vreest dat de OR vanwege de hiërarchische verhouding tussen bestuurder en de werknemers, die de OR vormen, een drempel zullen ervaren om de beloning(sverhoudingen) daadwerkelijk ter sprake te brengen. Met de wetswijziging beoogt de regering dan ook jaarlijks een gesprek tussen de bestuurder en de OR over de ontwikkeling van de beloningsverhoudingen, inclusief die van het bestuur, verplicht te stellen. Er wordt dus eigenlijk geen nieuwe verplichting gecreëerd, maar de regering hecht eraan de norm steviger in de wet tot uitdrukking te brengen, door de verplichting om het gesprek aan te gaan te expliciteren. Overigens geldt deze verplichting niet voor alle OR-plichtige ondernemingen (meer dan 50 werknemers), maar alleen voor ondernemingen met meer dan 100 werknemers. Als gevolg van een amendement is nog aan het wetsvoorstel toegevoegd dat de leden van het toezichthoudend orgaan aanwezig dienen te zijn bij de bespreking van de beloningen van bestuurders. Dat is volgens de indieners van het amendement passend, aangezien zij over de beloning van bestuurders gaan.

Forse kritiek Raad van State

De Raad van State heeft forse kritiek geuit op het wetsvoorstel. Hij vraagt zich (terecht) af wat de toegevoegde waarde is van het voorstel nu de ondernemer reeds mede ten behoeve van de bespreking van de algemene gang van zaken van de onderneming informatie over de beloningsverhoudingen dient te verstrekken. Ook zet de Raad van State zijn vraagtekens bij de effectiviteit van de maatregel: in hoeverre zal het wetsvoorstel daadwerkelijk bijdragen aan het vermijden van onevenredige beloningsverhoudingen in ondernemingen? Ondanks deze kritiek is het wetsvoorstel op 23 januari jl. met een (ruime) meerderheid van 91 stemmen vóór aangenomen in de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel ligt thans voor in de Eerste Kamer.

Conclusie

Op basis van dit wetsvoorstel zal de OR in ieder geval geen echte vuist kunnen maken tegen in haar ogen onaanvaardbare salarisverhogingen van (top)bestuurders. Het primaat blijft hoe dan ook bij de aandeelhouders c.q. toezichthouders. De voorlopige conclusie dat we hier te maken hebben met symboolwetgeving wordt hiermee bevestigd.

Algemene voorwaarden Disclaimer Privacyverklaring Cookieverklaring