Thuis Partners
 
NL / EN / DE

De commissaris en de WHOA

De taken van de raad van commissarissen bestaan uit het houden van toezicht op het bestuur en het geven van advies. De intensiviteit van het vereiste toezicht is afhankelijk van de omstandigheden waar de vennootschap zich in bevindt. Als bepaalde omstandigheden zich voordoen, dienen commissarissen intensiever toezicht te houden. Dit is bijvoorbeeld het geval als de vennootschap in financieel zwaar weer komt te verkeren. Bij de vervulling van hun taken dienen commissarissen zich te richten naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. De raad van commissarissen mag geen deelbelangen dienen. Dit richtsnoer wordt ook wel aangeduid als het vennootschappelijk belang.

In de wet is geen definitie van het vennootschappelijk belang opgenomen. De Hoge Raad heeft in 2014 in de Cancun-beschikking geoordeeld dat het vennootschapsbelang in de regel vooral wordt bepaald door het bevorderen van het bestendige succes van de onderneming. De continuïteit van de onderneming is dus een belangrijk onderdeel van het door de commissarissen in acht te nemen richtsnoer. De invulling van dit richtsnoer kan echter ‘van kleur verschieten’ als een vennootschap in financieel zwaar weer komt te verkeren en het faillissement op een gegeven moment onvermijdelijk wordt. Commissarissen dienen zich dan niet meer naar het bestendige succes van de onderneming, maar naar de belangen van de crediteuren te richten. In faillissement is het vennootschappelijk belang namelijk gelijk aan het belang van de gezamenlijke schuldeisers.  

Dat roept de vraag op naar welk belang commissarissen zich bij toepassing van de op 1 januari 2021 in werking getreden Wet Homologatie Onderhands Akkoord (“WHOA”) moeten richten. De WHOA maakt mogelijk dat buiten surseance of faillissement een dwangakkoord aan de schuldeisers kan worden aangeboden. Dit dwangakkoord kan worden aangeboden met het doel om de onderneming succesvol buiten faillissement te saneren, zodat de onderneming daarna financieel gezond kan verder gaan. Als de onderneming echter geen overlevingskansen meer heeft, kan de WHOA ook worden gebruikt om de onderneming af te wikkelen. Daarbij zal toepassing van de WHOA dan tot een beter resultaat voor de schuldeisers dan bij een faillissement moeten leiden. Het aanbieden van een dwangakkoord is dus ofwel gericht op voortzetting van de onderneming, ofwel op beëindiging van de onderneming. Dat onderscheid is van belang bij de vraag naar welk belang de commissarissen zich bij toepassing van de WHOA moeten richten. Als het doel van het dwangakkoord voortzetting van de onderneming is, dan zal de commissaris zich met name moeten richten naar het bestendige succes van de onderneming (en dus het slagen van het dwangakkoord). Als echter duidelijk wordt dat het dwangakkoord niet zal slagen en het faillissement onvermijdelijk wordt, dan zal het crediteurenbelang weer voorop staan. Is het doel van het dwangakkoord echter om tot een beëindiging van de onderneming te komen, dan zal met name het belang van de gezamenlijke schuldeisers moeten prevaleren. Commissarissen dienen het verloop van het WHOA-traject daarom nauwlettend in de gaten te houden, zodat zij – indien nodig – het belang waarnaar zij zich moeten richten tijdig kunnen bijsturen.

Algemene voorwaarden Disclaimer Privacyverklaring Cookieverklaring