Nico-van-der-Peet
 
NL / EN / DE

De contouren van het Nederlandse UBO-register zijn zichtbaar: de grootaandeelhouder komt in de openbaarheid

Inleiding

Al eerder liet de Minister van Veiligheid en Justitie in het kader van fraudebestrijding weten aan te sturen op de instelling van het centraal aandeelhoudersregister ("CAHR") en een register met daarin iedere uiteindelijke belanghebbende, ofwel Ultimate Beneficial Owner ("UBO"), van vennootschappen en andere juridische entiteiten.

Het UBO-register is gebaseerd op de vierde Europese anti-witwasrichtlijn van 20 mei 2015. Daarin is afgesproken dat alle EU lidstaten uiterlijk op 26 juni 2017 een centraal UBO-register instellen. De vierde Europese anti-witwasrichtlijn geeft op hoofdlijnen de eisen waaraan het centraal UBO-register minimaal moet voldoen. Een verdere uitwerking dient op nationaal niveau plaats te vinden.

Onlangs, per brief van 10 februari 2016, heeft de Minister van Financiën, mede namens de ministers van Veiligheid en Justitie en Economische Zaken de Tweede Kamer geïnformeerd over de gedachten die zij hebben voor een UBO-register.

In deze bijdrage informeren wij u over de contouren van het - uiterlijk op 26 juni 2017 in te stellen - Nederlandse UBO-register.

Wie wordt geregistreerd?

De ministers onderkennen dat de definitie van UBO tot op zekere hoogte een abstract en tegelijkertijd een complex begrip is. Van geval tot geval zal het verschillen wie op grond van die definitie kwalificeert als UBO. Eenvoudig gezegd is de UBO de natuurlijke persoon die, al dan niet achter de schermen, bij een vennootschap of een andere juridische entiteit aan de touwtjes trekt. Indicaties voor die zeggenschap kunnen te vinden zijn in een percentage van meer dan 25% van eigendom, aandelen en/of stemrechten, maar ook als iemandbijvoorbeeld het (contractuele) recht heeft om bestuurders te ontslaan kan hij daardoor UBO zijn. Een entiteit kan meer dan één UBO hebben, aldus nog steeds de ministers.

Wat wordt geregistreerd?

Over een UBO worden niet alleen de basis identiteits- en adresgegevens geregistreerd, maar ook aard en omvang van het gehouden economische belang en zo mogelijk BSN en/of buitenlands fiscaal identificatienummer (TIN).

Wie heeft toegang tot het UBO-register?

Het UBO-register wordt openbaar. Eenieder verkrijgt tot de volgende zes gegevens over een UBO (1) naam, (2) geboortemaand, (3) geboortejaar, (4) nationaliteit, (5) woonstaat en (6) aard en omvang van het door de uiteindelijk belanghebbende gehouden economische belang.

Aan bepaalde autoriteiten en de financiële inlichtingeneenheid die geheimhoudingsverplichtingen hebben, worden aanvullende gegevens verstrekt die relevant zijn in het kader van hun werkzaamheden (toezicht en opsporing), te weten (7) geboortedag, -plaats en –land, (8) adres, (9) zo mogelijk burger service nummer en/of buitenlands fiscaal identificatienummer, (10) aard, nummer en datum en plaats van uitgifte van het document met behulp waarvan identiteit is geverifieerd of een kopie van dat document en (11) documentatie waarmee wordt onderbouwd waarom een persoon de status van UBO heeft en de omvang van het daarbij horende (economisch) belang.

Waar wordt de informatie geregistreerd?

Het ziet er naar uit dat de Kamer van Koophandel het UBO-register gaat beheren. De Kamer van Koophandel is namelijk de enige overgebleven kandidaat.

Wie levert de informatie aan voor het UBO-register?

De verplichting tot het aanleveren van de informatie voor het UBO-register wordt opgelegd aan de vennootschappen en de juridische entiteiten zelf. Aan de UBO's wordt de verplichting opgelegd om medewerking te verlenen. Externe correctie vindt plaats doordat meldingsplichtige instellingen (waaronder notarissen, advocaten en accountants) verschillen dienen te rapporteren en bepaalde autoriteiten het recht of de verplichting krijgen om afwijkende gegevens door te geven.

De vierde Europese anti-witwasrichtlijn schrijft voor dat de lidstaten in hun nationale recht in doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties wegens de niet-naleving van deze bepalingen moeten voorzien. Welke sancties exact door Nederland zullen worden gesteld, is nog niet duidelijk.

Hoe zit het met de privacy?

De openbaarheid van het register wordt gekoppeld aan de volgende vier (privacy)waarborgen

  1. iedere gebruiker van het UBO-register zal worden geregistreerd;
  2. er zal een vergoeding gevraagd worden voor inzage;
  3. gebruikers anders dan specifiek aangewezen autoriteiten en dan de financiële inlichtingeneenheid krijgen inzage in een beperkte set gegevens over de UBO voor gebruikers; en
  4. bij een risico op bijvoorbeeld kidnapping, chantage, geweld of intimidatie wordt steeds per individueel geval een nauwkeurige beoordeling gemaakt van de risico’s en wordt bezien of (bepaalde) UBO-informatie kan worden afgeschermd.

Wenk

Bij deze aangekondigde regelgeving zijn veel op- en aanmerkingen te maken. De (Europese) drang naar voorschriften en overheidscontrole teneinde fraude te bestrijden zorgt ervoor dat de natuurlijk persoon die grootaandeelhouder c.q. belanghebbende is, dat belang in de openbaarheid moet brengen.

Daartegenover stellen de ministers privacywaarborgen die weinig tot geen zekerheid bieden. Zo voorzien de privacywaarborgen nog niet in een adequate regeling voor reproductie of het gebruik van tussenpersonen (stromannen).

Of fraude inderdaad met het UBO-register bestreden kan (en gaat) worden, valt nog te bezien. De praktijk zal het leren.

Overigens vertoont deze regelgeving wel enige gelijkenis met de invoering van de publicatieplicht van de jaarrekening inmiddels al een flink aantal jaar geleden. Ook toen moesten ondernemers gegevens openbaar maken die zij liever geheim hielden en waarbij zij vreesden voor kidnapping, afpersing en dergelijke. De praktijk bleek gelukkig mee te vallen. De sanctie op niet-naleving van de publicatieplicht, een economisch delict, is bovendien zelden toegepast.

Al met al is er vanuit investeerders- en ondernemersperspectief weinig reden om deze regelgeving met gejuich te ontvangen. Het is echter niet anders dus bereidt u voor!

Deze bijdrage is geschreven door mr. Nico van der Peet (sectie ondernemingsrecht)

Algemene voorwaarden Disclaimer Privacyverklaring