Eugene-Rosier
 
NL / EN / DE

De omkering en verzwaring van de bewijslast in fiscale zaken “revisited”

Elke belastingprofessional weet dat wanneer zijn cliënt geconfronteerd wordt met de sanctie van de omkering en verzwaring van de bewijslast, de juridische positie van de cliënt nagenoeg hopeloos is geworden. In feite rest dan alleen nog het bestrijden van de “redelijke schatting” van de belastingaanslagen door de inspecteur. 

Een onherroepelijke informatiebeschikking (art. 52a van de AWR) waaraan niet of niet kan worden voldaan, leidt tot die vermaledijde omkering en verzwaring van de bewijslast. Indien de Belastingdienst van mening is dat er gebreken zijn in de gevoerde administratie (bijvoorbeeld bepaalde primaire bescheiden zijn niet bewaard), kan de Belastingdienst een informatiebeschikking nemen. Dat kan leiden tot de nodige vertraging in de aanslagregeling nu daartegen rechtsmiddelen kunnen worden aangewend. In feite een zinloze exercitie nu die gebreken, als ze al komen vast te staan, niet zijn te repareren. Zolang de informatiebeschikking niet onherroepelijk vaststaat, kan de inspecteur geen belastingaanslag opleggen want dan vervalt de informatiebeschikking (art. 52a, lid 3, van de AWR). Dat is erg onhandig wanneer de ontvanger direct tot invorderingsmaatregelen wil overgaan. De ontvanger rest dan alleen de mogelijkheid tot het leggen van conservatoir beslag. 

De gebreken in de administratie kunnen ook leiden tot het indienen van een belastingaangifte die niet aangemerkt kan worden als “de vereiste aangifte” zoals bedoeld in art. 27e van de AWR. Het niet doen van de vereiste aangifte leidt op grond van dit artikel eveneens tot omkering en verzwaring van de bewijslast. Derhalve een praktische en snellere weg voor de Belastingdienst om tot die omkering en verzwaring van de bewijslast te komen. De Hoge Raad heeft in een recent arrest bevestigd dat de Belastingdienst zich op het standpunt kan stellen dat de vereiste aangifte niet is gedaan in geval van gebreken in de administratie en daarmee afziet van het nemen van een informatiebeschikking om tot de conclusie te komen dat de omkering en verzwaring van de bewijslast aan de orde is. Indien de Belastingdienst stelt dat de vereiste aangifte niet is gedaan, heeft de Belastingdienst wel de bewijslast om dat aannemelijk te maken en dat de belastingplichtige zich daarvan ook bewust was. De belastingplichtige kan daar uiteraard tegen opkomen. 

Als komt vast staan dat de vereiste aangifte niet is gedaan, dient de Belastingdienst een gemotiveerde schatting van de winst te maken. Daartegen kan de belastingplichtige dan opkomen door aannemelijk te maken dat die schatting niet deugt. 

Al met al: de inspecteur die meent dat hij de bewijslast ter zake van het niet doen van de vereiste aangifte meent te kunnen dragen, heeft geen informatiebeschikking nodig om tot de sanctie van de omkering en verzwaring van de bewijslast te komen. 

Hoge Raad 9 juli 2021:

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1086 

 

mr. Eugène J.M. Rosier advocaat-belastingkundige

Algemene voorwaarden Disclaimer Privacyverklaring Cookieverklaring