Britta-Zeschmann-1
 
NL / EN / DE

Stand van zaken Herijking Faillissementsrecht - deel 3: Pijler III: modernisering van de faillissementsprocedure

Inleiding

Zoals u inmiddels uit onze vorige nieuwsbrieven weet, werd eind 2012 het wetgevingsprogramma "Herijking faillissementsrecht” aangekondigd. Inmiddels, vier jaar na dato, maak ik de balans op wat betreft de verwezenlijking van het programma.

Het wetgevingsprogramma rust op drie pijlers, te weten a) fraudebestrijding, b) versterking van het reorganiserend vermogen van bedrijven en c) modernisering van de faillissementsprocedure.

In de twee vorige nieuwsbrieven zijn reeds pijler I: fraudebestrijding respectievelijk pijler II: de versterking van het reorganiserend vermogen van bedrijven, aan bod gekomen.

In deze editie van onze nieuwsbrief leest u het laatste deel van dit drieluik over de herijking van het faillissementsrecht. Onderwerp is daarbij de stand van zaken met betrekking tot pijler III: de modernisering van de faillissementsprocedure.

Pijler III - Modernisering: Wet modernisering faillissementsprocedure

In het kader van de derde pijler van het programma Herijking Faillissementsrecht is een wetsvoorstel modernisering faillissementsprocedure geformuleerd. Het doel van dit wetsvoorstel is om te komen tot een efficiëntere, transparantere en eenvoudigere faillissementsprocedure. Het streven is om faillissementen sneller en goedkoper te kunnen afwikkelen, de opbrengst te verhogen en dus de schade die uit faillissementen voortvloeit zoveel mogelijk te beperken. Het wetsvoorstel modernisering faillissementsprocedure voorziet daarbij in een aantal wijzigingen ten opzichte van de huidige faillissementswet:

Ten eerste beoogt het wetsvoorstel de faillissementsprocedure te moderniseren en aan te laten sluiten bij de technische ontwikkelingen en mogelijkheden van de digitale tijd. De correspondentie tussen curatoren en rechtbank wordt gedigitaliseerd, vergaderingen van schuldeisers kunnen in de toekomst via internet plaatsvinden en het digitaal beschikbare centrale insolventieregister krijgt een grotere rol waardoor belangrijke informatie met betrekking tot het faillissement digitaal kan worden verspreid onder belanghebbenden.

Een van de meest ingrijpende wijzigingen is de invoering van een harde deadline voor indiening van (verifieerbare) vorderingen van schuldeisers. Schuldeisers dienen conform het nieuwe artikel 127 Faillissementswet hun vorderingen binnen 13 maanden te rekenen vanaf het moment dat het vonnis van faillietverklaring in kracht van gewijsde is gegaan bij de curator in te dienen. Doen zij dit niet of pas nadat de genoemde termijn is verstreken, komt de vordering in beginsel niet voor verificatie in aanmerking. Het is straks dus nog belangrijker om eventuele vorderingen op de failliet tijdig na ontvangst van de inkennisstelling over een faillissement bij de curator in te dienen. Deze maatregel zou substantieel bijdragen aan de versnelling van de afwikkeling van faillissementen.

Ten derde voorziet het wetsvoorstel in een wijziging van de regelgeving v betreffende het beheer van het vermogen van de failliet. Voor zover blijkens de boedelbeschrijving de waarde van te verkopen activa gezamenlijk niet meer bedraagt dan € 5.000, kan de curator overgaan tot vervreemding zonder dat daarvoor toestemming van de rechter-commissaris is vereist. Ook deze maatregel dient ter bevordering van een efficiëntere en snellere afwikkeling.

Daarnaast komt er meer ruimte voor maatwerk in complexe en omvangrijke faillissementen, doordat de rechter-commissaris van diverse bepalingen kan afwijken indien hij dat noodzakelijk acht. Zo kan hij onder andere bepalen dat meerdere er verificatievergaderingen worden gehouden (bijvoorbeeld per klasse schuldeiser) indien dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers ten goede komt. Ook is het mogelijk dat er meer dan één rechter-commissaris worden benoemd en indien dit wenselijk wordt geacht kan een deskundige worden benoemd die de rechter-commissaris(sen) bijstaat in de toezichthoudende taak.

Voortgang

Het wetsvoorstel is op 2 december 2015 ter consultatie op de internetconsultatiepagina van de overheid geplaatst en aan verschillende organisaties, zoals de Raad voor de rechtspraak, de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB), de FNV en VNO-NCW ter advisering aangeboden. De consultatietermijn is op 1 maart 2016 verstreken. Inmiddels hebben de diverse organisaties hun advies aan Minister van der Steur afgegeven met betrekking tot het concept wetsvoorstel. Daarbij is onder andere forse kritiek geuit op de termijn van 13 maanden voor het indienen van vorderingen ter verificatie en de afschaffing van de voorafgaande toestemming door de rechter-commissaris voor de verkoop van activa een bedrag van EUR 5.000,-. De consultreacties worden op dit moment verwerkt en verwacht wordt dat het gewijzigde wetsvoorstel ieder moment ('dit najaar') voor advies naar de Afdeling advisering van de Raad van State wordt gezonden.

Conclusie

Concluderend kan gezegd worden dat ten aanzien van de derde pijler weliswaar stappen zijn gemaakt, maar dat het wetsvoorstel modernisering van de faillissementsprocedure nog in de adviesfase zit. De modernisering zal dus waarschijnlijk nog even op zich laten wachten.

Deze bijdrage is geschreven door mr. Britta Zeschmann (sectie ondernemings- en insolventierecht; bzeschmann@thuispartners.nl).

Algemene voorwaarden Disclaimer Privacyverklaring