Christiaan-Riemens
 
NL / EN / DE

Het verschoningsrecht in beweging? Een korte beschouwing n.a.v. het concept wetsvoorstel tot vaststelling van Boek 1 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering

Het (professioneel) verschoningsrecht is in beweging. In het concept Vaststellingswet Boek 1 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (‘Sv’), dat begin februari 2017 is gepubliceerd (zie hier de bijgevoegde bijlage voor de MvT), probeert de wetgever meer duidelijkheid over de reikwijdte van het verschoningsrecht te verschaffen. Mr. Christiaan Riemens licht toe of de wetgever in die opzet slaagt.

Huidige art. 218 Sv

Het professioneel verschoningsrecht vindt zijn grondslag in het rechtsbeginsel dat meebrengt dat bij bepaalde vertrouwenspersonen (de arts, advocaat, notaris en de geestelijke) het maatschappelijk belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, moet wijken voor het maatschappelijk belang dat eenieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het besprokene om bijstand en advies tot voornoemde vertrouwenspersonen moet kunnen wenden. Het verschoningsrecht geeft de verschoningsgerechtigde het recht om (algeheel) te weigeren om een verklaring af te leggen, dan wel het recht om bepaalde vragen te weigeren te beantwoorden. Zij is neergelegd in art. 218 Sv:

“Van het geven van getuigenis of van het beantwoorden van bepaalde vragen kunnen zich ook verschoonen zij die uit hoofde van hun stand, hun beroep of hun ambt tot geheimhouding verplicht zijn, doch alleen omtrent hetgeen waarvan de wetenschap aan hen als zoodanig is toevertrouwd.”

Gelet op het bovenstaande geldt een tweetrapsraket:

1) het verschoningsrecht komt toe aan personen ‘die uit hoofde van hun stand, hun beroep of hun ambt tot geheimhouding verplicht zijn’; en

2) strekt zich (vervolgens) slechts uit over ‘hetgeen waarvan de wetenschap hen als zodanig is toevertrouwd’.

Nieuw art. 218 Sv

Het verschoningsrecht is op grond van (huidig) art. 218 Sv niet onbeperkt. Het verschoningsrecht strekt zich volgens de wetgever niet uit over:

1) activiteiten van de hulpverlener die niet onder een geheimhoudingsplicht vallen; en

2) activiteiten of wetenschap die geen verband houden met de essentiële hulpverleningstaak die de verschoningsgerechtigde uitoefent.

Om meer duidelijkheid te verschaffen over de reikwijdte van het verschoningsrecht, wordt het professioneel verschoningsrecht mogelijk redactioneel herzien.

De wetgever overweegt daarover in de concept memorie van toelichting:

Voorgesteld wordt om uitdrukkelijker in de wet op te nemen dat het verschoningsrecht zich niet alleen uitstrekt over informatie die de betrokkene aan de verschoningsgerechtigde toevertrouwt, maar ook over informatie die de verschoningsgerechtigde binnen de vertrouwensrelatie aan de betrokkene verstrekt en over eventuele waarnemingen die zich binnen de vertrouwensrelatie hebben plaatsgevonden.”

De wetgever is voornemens om, met het bovenstaande in acht nemend, de zinsnede ‘waarvan de wetenschap aan hen als zoodanig is toevertrouwd’ in de nieuwe bepaling te vervangen door ‘omtrent de wetenschap over hetgeen rechtstreeks verband houdt met deze specifieke taakuitoefening’. In de optiek van de wetgever moet de wetenschap ‘rechtstreeks’ verband houden met de verschoningsgerechtigde werkzaamheden. Daarmee brengt de wetgever tot uitdrukking dat het moet gaan om een daadwerkelijk verband en niet om een ver verwijderd, zijdelings verband. Daarnaast wenst de wetgever in het nieuwe wetsartikel een tweetal eisen op te nemen die zien op het zijn van verschoningsgerechtigde, maar thans nog niet wettelijk waren verankerd. Dit betreffen de volgende eisen:

  1. Met het beroep moet een in het algemeen belang noodzakelijke hulpverleningstaak worden behartigd; en
  2. Het algemene belang dat iemand zich – vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking – tot deze hulpverleners kan wenden moet prevaleren boven het belang van de waarheidsvinding.

Het beoogde wetsartikel luidt als volgt:

Getuigen die in de uitoefening van hun ambt, beroep of stand verplicht zijn tot een geheimhouding waarin besloten ligt dat het belang van de waarheidsvinding moet wijken voor het maatschappelijke belang dat ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaring om bijstand en advies tot hen moet kunnen wenden, kunnen zich van het beantwoorden van bepaalde vragen verschonen. Zij kunnen zich slechts verschonen omtrent de wetenschap over hetgeen rechtstreeks verband houdt met deze specifieke taakuitoefening.”

Wij concluderen dat de wetgever met de aanpassing van art. 218 Sv slechts deels tegemoet komt aan de onduidelijkheid die er thans vaak is tussen professionele hulpverleners en politie/OM. De term ‘rechtstreeks’ zal naar alle waarschijnlijkheid discussies blijven oproepen die veelal zullen zien op waarnemingen die door professionele hulpverleners zijn gedaan binnen hun verschoningsgerechtigde werkzaamheden, maar die geen betrekking hebben op de hulpbehoevende. Thuis & Partners zal uiteraard de ontwikkelingen van het verschoningsrecht in de gaten houden.

Tot slot: om uw organisatie extra van dienst te zijn, biedt Thuis & Partners Advocaten aan om door middel van een korte presentatie (aan directie, management en/of medewerkers) de belangrijkste zaken rondom het beroepsgeheim/verschoningsrecht op een rij te zetten. Deze presentatie kan op locatie plaatsvinden, bijvoorbeeld tijdens een lunchbijeenkomst. Mocht uw organisatie hiervoor belangstelling hebben, dan kunt u contact met mr. Robert Janssen (rjanssen@thuispartners.nl) opnemen. De presentatie zal worden gegeven door mij of één van de andere leden van onze sectie Gezondheidsrecht. Natuurlijk zijn aan de presentatie geen kosten verbonden.

Algemene voorwaarden Disclaimer Privacyverklaring