Christiaan-Riemens-3
 
NL / EN / DE

Hoge Raad 28 oktober 2016

Feiten:

Het Regionaal Tuchtcollege (‘RTG’) legt aan een (waarnemend) huisarts de zwaarst mogelijke maatregel van doorhaling op. Dit heeft zeer grote gevolgen aangezien de huisarts hierdoor zijn titel kwijt raakt en niet langer het beroep van arts onder die beschermde beroepstitel mag uitoefenen. De huisarts gaat met succes in hoger beroep. Hij krijgt van het Centraal Tuchtcollege (‘CTG’) (slechts) een voorwaardelijke schorsing van de inschrijving in het BIG-register voor de duur van zes maanden opgelegd met de verplichting om zich onder psychotherapeutische behandeling te stellen. Dit brengt mee dat de huisarts weer kan werken. De Huisartsendienst heeft echter absoluut geen zin om de huisarts een laatste kans te bieden en weigert de huisarts resoluut de deur.

Verschillende instanties, verschillende oordelen:

De huisarts start een kort geding om weer te worden toegelaten bij de Huisartsendienst. Deze vordering wordt door de voorzieningenrechter afgewezen. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beveelt de huisartsendienst daarentegen om de huisarts te accepteren als extern waarnemer, op straffe van een (flinke) dwangsom. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof.

Hoge Raad: weigeren van de huisarts is toegestaan!

Uit het arrest van de Hoge Raad volgt, kort geschreven, dat:

  1. een huisartsenpost een grote beoordelingsruimte heeft bij de vraag wie zij als waarnemer tot de post wil toelaten;
  2. een huisartsenpost bij haar beslissing om een waarnemer niet te accepteren in de huisartsenpost in beginsel de belangen van de aan haar zorg toevertrouwde patiënten de doorslag mag laten geven;
  3. een tuchtrechtelijk oordeel, inhoudende dat een waarnemer een tweede kans verdient, daarin geen verandering teweeg brengt;
  4. negatieve reviews (lees: informele klachtuitingen) op websites relevant kunnen zijn voor een oordeel over het (dis)functioneren van een huisarts;
  5. de huisartsenpost ten aanzien van de vraag welke risico’s zij met een arts bereid is te nemen, in beginsel een onderscheid mag maken tussen leden/praktijkhouders en derden (die geen praktijkhouder/lid zijn c.q. waarnemers).

Uit het arrest van de Hoge Raad valt te leren dat een controversiële arts door een zorginstelling, onder verwijzing naar onder meer de contractsvrijheid en haar verantwoordelijkheden uit de Kwaliteitswet (nu Wkkgz), onder omstandigheden mag worden geweigerd. De zorginstelling is in beginsel niet verplicht om een laatste kans aan de arts te bieden, indien uitsluitend de tuchtrechter vindt dat de arts nog een laatste kans behoeft te krijgen.

Deze bijdrage is geschreven door mr. Christiaan Riemens (advocaat)

Algemene voorwaarden Disclaimer Privacyverklaring