Fokje-Kuiper-2
 
NL / EN / DE

In de (alimentatie)problemen door corona

Het coronavirus maakt in vele opzichten slachtoffers. Terecht gaat de eerste zorg uit naar het zoveel mogelijk beperken van de gezondheidsrisico’s. Maar ook de economische gevolgen van deze pandemie liegen er niet om. Ondernemers die door de maatregelen om de uitbraak van het coronavirus te beteugelen hun omzet zien teruglopen of zelfs volledig zien wegvallen worden financieel zwaar getroffen.

Geen inkomen, geen alimentatie?

Als er geen inkomsten meer binnenkomen, is stoppen met het betalen van alimentatie dan een oplossing? Het antwoord is nee. Zou u simpelweg ophouden met betalen, dan krijgt u binnen de kortste keren te maken met het LBIO of het NLAI, incassobureaus die zijn gespecialiseerd in het innen van onderhoudsbijdragen. Naast de alimentatie, die gewoon doorloopt, wordt u dan met allerlei bijkomende kosten geconfronteerd. In het ergste geval kan er beslag worden gelegd. Bovendien zal de relatie met uw ex-echtgenoot en eventueel de kinderen hierdoor ernstig beschadigd raken. Stoppen met betalen is dus geen optie. Maar wat dan wel?

Wijzigingsprocedure

In de wet is bepaald dat een rechterlijke uitspraak of een overeenkomst betreffende levensonderhoud alleen bij latere rechterlijke uitspraak kan worden gewijzigd of ingetrokken. (artikel 1:401 lid 1 BW). Om een alimentatieverplichting te beëindigen of te verlagen zal dus een wijzigingsprocedure moeten worden gevoerd.

Uiteraard is het ook mogelijk om in onderling overleg afspraken te maken over een al dan niet tijdelijke verlaging of nihilstelling van de alimentatie. Dit is echter niet geheel zonder risico’s, omdat een rechterlijke uitspraak een executoriale titel blijft opleveren, ook als partijen inmiddels andere afspraken hebben gemaakt. De alimentatiegerechtigde partij zou dus nog steeds incassomaatregelen kunnen laten treffen op basis van de oude executoriale titel, zo lang deze niet door een nieuwe is vervangen. Weliswaar zal de alimentatieplichtige zich – waarschijnlijk met succes – tegen deze incassomaatregelen kunnen verweren met een beroep op de nieuwe afspraken, maar deze zal daarvoor wel een executiegeschil moeten starten. Om dergelijke problemen te voorkomen is het verstandig de nieuwe afspraken niet alleen in een overeenkomst, maar ook in een rechterlijke beslissing te laten vastleggen.

Overleg verdient de voorkeur

Uit het bovenstaande zou u kunnen afleiden dat u het beste onmiddellijk een procedure kunt starten. Dit is slechts ten dele waar. Procederen biedt immers geen acute oplossing, omdat u pas mag stoppen met betalen of uw bijdrage mag verminderen nadat de rechter dit heeft vastgesteld. Tijdens de procedure blijft de alimentatieverplichting gewoon doorlopen. Normaal gesproken duurt het circa 6-12 maanden voordat de rechter uitspraak doet. In de huidige situatie, waarin de Rechtspraak in verband met de uitbraak van het coronavirus heeft besloten de rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere colleges tot nader order te sluiten, moet rekening worden gehouden met een doorloopsnelheid die veel meer tijd in beslag zal nemen. Er geldt slechts een uitzondering voor urgente zaken. De ervaring tot nu toe is, dat alimentatieprocedures niet als urgent worden aangemerkt. Alimentatieplichtigen die hun inkomsten in korte tijd drastisch terug zien lopen, doen er dan ook verstandig aan om de andere partij daarvan zo snel mogelijk op de hoogte te stellen en te proberen in onderling overleg tot nieuwe afspraken te komen. Het laten vastleggen van die afspraken in een nieuwe rechterlijke beslissing kan overigens wel op korte termijn worden bewerkstelligd, omdat in een dergelijk geval geen mondelinge behandeling zal hoeven plaats te vinden.

Als overleg mislukt

Mocht u er niet in slagen om met uw ex-echtgenoot tot afspraken te komen over het aanpassen van de alimentatie, dan kan een wijzigingsverzoek in combinatie met een voorlopige voorzieningenprocedure een oplossing bieden. Aangetoond zal dan moeten worden dat er voldoende belang is bij het treffen van een voorlopige voorziening. Alleen als er sprake is van een zeer penibele financiële situatie aan de zijde van de onderhoudsplichtige, waardoor van hem of haar niet kan worden verlangd om de afloop van de bodemprocedure af te wachten, zal dit verzoek toegewezen kunnen worden. De rechter zal daarbij overigens ook de belangen van de onderhoudsgerechtigde moeten meewegen.

Niet herstelbaar en niet verwijtbaar inkomensverlies

De rechtbank zal eerst beoordelen of sprake is van gewijzigde omstandigheden, vervolgens of er sprake is van inkomensverlies dat niet voor herstel vatbaar is en tenslotte of het inkomensverlies verwijtbaar is. In dat kader is van belang dat ondernemers en zelfstandigen met een (te verwachten) omzetdaling mogelijk een beroep kunnen doen op door de overheid in het kader van de Coronacrisis getroffen steunmaatregelen waarover u elders in deze nieuwsbrief en in eerdere nieuwsbrieven kunt lezen. Bij een succesvol beroep op (een van) deze maatregelen hoeft er niet direct sprake te zijn van een niet voor (gedeeltelijk) herstel vatbaar inkomensverlies. Het achterwege laten van een beroep op deze maatregelen zou de rechter zelfs kunnen doen besluiten dat er sprake is van een verwijtbaar inkomensverlies.

Een enkele verwijzing naar de coronacrisis in het algemeen zal dus niet snel voldoende zijn om de alimentatieverplichting door de rechter te laten aanpassen, al zal het wel verschil maken in welke branche de onderhoudsplichtige werkzaam is. Te verwachten valt dat er minder strenge eisen zullen worden gesteld aan de stel- en motiveringsplicht van een onderhoudsgerechtigde, indien deze werkzaam is in een branche die aantoonbaar zwaar getroffen is als gevolg van de coronacrisis. Op basis van de eerste gepubliceerde prognoses lijken de sectoren horeca, transport, toerisme en de landbouw maar ook kappers, schoonheidssalons etc. tot deze categorie te behoren.

Rollen omgedraaid

Is de rechter er eenmaal van overtuigd dat er bij de onderhoudsplichtige geen enkele draagkracht meer aanwezig is, dan zal de alimentatieverplichting naar alle verwachting op nihil worden gesteld. Het is dan aan de onderhoudsgerechtigde om te zijner tijd, als de economie weer aantrekt, een nieuwe wijzigingsprocedure te starten. De stel- en bewijsplicht liggen dan bij degene die aanspraak maakt op alimentatie. In onderling overleg kunnen hier andere afspraken over worden gemaakt. Daar ligt een belang voor de onderhoudsgerechtigde om het niet te snel op een procedure te laten aankomen. Overigens zal ook de onderhoudsgerechtigde er voor willen waken dat de financiële problemen voor de onderhoudsplichtige mede als gevolg van de doorlopende alimentatieverplichting zo hoog oplopen, dat een faillissement van de laatste het gevolg is.

Conclusie

Op basis van het bovenstaande is het advies om:

  1. Niet eenzijdig te stoppen met het betalen met alimentatie;
  2. Zo snel mogelijk in overleg te treden met de alimentatie gerechtigde;
  3. Indien u erin slaagt afspraken te maken, deze niet alleen in een overeenkomst maar ook in een rechterlijke beschikking te laten vastleggen;
  4. Bij het mislukken van het overleg zo snel mogelijk een (bodem)procedure te starten in combinatie met een voorlopige voorzieningenprocedure;
  5. indien u niet werkzaam bent in een van de zwaarst getroffen sectoren, nog eens goed na te denken of en hoe kan worden aangetoond dat er een inkomensverlies is, dat dit onherstelbaar is en leidt tot een (zeer) penibele situatie.

Dit artikel is geschreven door mr. Fokje Kuiper, Sectie Personen- en Familierecht (fkuiper@thuispartners.nl). U kunt rechtstreeks contact met mr. Kuiper opnemen voor vragen met betrekking tot het personen- en familierecht, ook in relatie tot corona.

Algemene voorwaarden Disclaimer Privacyverklaring Cookieverklaring