Thuis Partners
 
NL / EN / DE

Vergunningverlening mag niet volledig afhankelijk zijn van positief deskundigenadvies

Inleiding

In een recente uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (10 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:54), kwam de vraag aan de orde of het verlenen van een omgevingsvergunning volledig afhankelijk kan worden gesteld van een positief welstandsadvies. De Raad van State beantwoord die vraag met ‘nee’: het is uiteindelijk aan het college van B&W om een vergunning wel of niet te verlenen.

De casus

De gemeenteraad van Wassenaar heeft bij besluit van 10 oktober 2016 het bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan Cultureel Erfgoed Wassenaar Panden, objecten en Archeologisch erfgoed 2016 van de gemeente Wassenaar” vastgesteld. Attractiepark Duinrell heeft tegen dit bestemmingsplan beroep aangetekend. 

In het bestemmingsplan is opgenomen dat bij een bouwactiviteit, de aanwezige cultuurhistorische waarden niet mogen worden aangetast. Het college van B&W kan echter een vergunning voor bouwen verlenen waarbij aanwezige cultuurhistorische waarden worden verstoord of vernietigd. Dat is alleen mogelijk als de Commissie Welstand Cultureel Erfgoed of een andere door het college aangewezen commissie van onafhankelijke deskundigen een positief advies heeft uitgebracht.

Standpunt Duinrell en gemeenteraad

Duinrell voert aan dat deze regels het college van B&W geen ruimte laten om bij afwezigheid van een positief advies een integrale belangenafweging te maken en op grond daarvan alsnog een vergunning te verlenen. Volgens Duinrell volgt uit de nota van zienswijzen dat de raad wel beoogt dat het college beslissingsbevoegd blijft en nadrukkelijk de ruimte voor een belangenafweging houdt. De planregels stroken daar echter niet mee.

De gemeenteraad brengt hier tegenin dat een besluit tot vergunningverlening vanwege de cultuurhistorische waarde van panden en objecten een zekere deskundigheid vereist. Die deskundigheid is juist bij de Commissie Welstand Cultureel Erfgoed of een andere commissie van deskundigen aanwezig. Volgens de gemeenteraad houdt het advies van deze commissie een integrale afweging in, waarin ook andere belangen dan de belangen van cultuurhistorische aard worden betrokken. Als geen positief advies van deskundigen kan worden verkregen dan ontbreekt kennelijk een toereikende onderbouwing van het initiatief in relatie tot het door de raad beoogde behoud en ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden.

Oordeel van de Raad van State

Volgens de Raad van State komt deze regeling er in de kern op neer, dat het college van B&W nooit een omgevingsvergunning kan verlenen zonder positief advies van de Commissie Welstand Cultureel Erfgoed of een andere deskundige commissie. Met andere woorden: het al dan niet verlenen van een omgevingsvergunning, is volledig afhankelijk van het advies van deze commissie. Volgens de Raad van State is dit in strijd met het stelsel van de wet. Volgens het stelsel van de wet is het aan het college van B&W om de uiteindelijke afweging te maken of wel of geen vergunning wordt verleend. Dat wordt in dit bestemmingsplan miskend.

Conclusie

Bij het opstellen van een bestemmingsplan is het zaak de bevoegdheidsverdeling van de Wet ruimtelijke ordening en Wet algemene bepalingen omgevingsrecht goed in het oog te houden. Het ligt weliswaar voor de hand om op specifiek terrein zoals cultuurhistorische waarden het advies van een deskundige (commissie) in te winnen, maar het is uiteindelijk aan het college van B&W te beslissen op een vergunningaanvraag. Het advies van een commissie is één aspect dat onderdeel uitmaakt van die belangenafweging. Het enkele ontbreken van een dergelijk positief advies kan echter nooit verplichten tot het weigeren van een vergunning.

Deze bijdrage werd geschreven door: mr. Rick Jongen, sectie Vastgoed & Overheid
(rjongen@thuispartners.nl)

Algemene voorwaarden Disclaimer Privacyverklaring