Eugene-Rosier
 
NL / EN / DE

Waar woont u?

1 Inleiding

Een eenduidig antwoord formuleren op deze toch eenvoudige vraag kan met betrekking tot de belastingheffing gecompliceerd zijn. Niet in de laatste plaats komt dat doordat wij in Nederland een materieel woonplaatsbegrip kennen waardoor mensen “onverhoeds” ineens geacht worden Nederlands binnenlands belastingplichtige te zijn. Daarmee heeft men natuurlijk geen rekening gehouden. Men leefde immers in de veronderstelling in het buitenland te wonen: de financiële handel en wandel was dan ook geënt op het fiscale stelsel in het buitenland. Het behoeft geen toelichting dat je dan van een koude kermis thuis kunt komen. Zeker in de grensstreek kan deze discussie al snel opdoemen. Hierna zal op deze problematiek worden ingegaan. Ik beperk mij in deze bijdrage tot de woonplaats van natuurlijke personen.

2 Wanneer word je geacht in Nederland te wonen?

Waar iemand woont wordt naar de omstandigheden beoordeeld, bepaalt de wet.[1] Dus een materieel criterium, een open norm. De belastingrechter heeft in een groot aantal procedures deze norm nader ingevuld. Dat heeft er toe geleid dat er divers aspecten van belang kunnen zijn bij het bepalen waar iemand woont. Bijvoorbeeld: van het beschikken over een duurzaam ingerichte woning of een feitelijke verblijfplaats, waar wordt er gewerkt, waar wordt er geld uitgegeven, waar wordt er gas, water en stroom gebruikt, waar zijn verzekeringen afgesloten, tot waar je staat ingeschreven in de burgerlijke stand en de tandarts bezoekt. Deze lijst met aspecten is niet uitputtend en het ene aspect is niet belangrijker dan het andere. De Hoge Raad heeft bepaald dat vastgesteld dient te worden of de persoon in kwestie een duurzame band van persoonlijke aard heeft met Nederland. In vele gevallen is dus niet op voorhand duidelijk of iemand nu wel of niet in Nederland woont. Zeker in de grensstreek kan dit tot veel discussie leiden.

3 Gaat de Belastingdienst deze discussie aan?

Een volmondig ja! Sterker nog, het blijkt een speerpunt te zijn van de Coördinatiegroep Constructiebestrijding (CCB) van de Belastingdienst. Zij doen zogenaamde woonplaatsonderzoeken in gevallen dat er mogelijke aangrijpingspunten zijn om te kunnen stellen dat iemand in Nederland zou kunnen wonen. Hoe komen zij dan aan hun gegevens? Dat zijn vaak de klikkende buurmannen/vrouwen, (voormalig) personeel, (voormalige) zakenpartners of echtgenoten. Maar ook eigen onderzoek, bijvoorbeeld belastingaangiften (als buitenlands belastingplichtige) van de betrokkene zelf en zijn familieleden. Die informatie vormt vaak de startinformatie. Daaropvolgend kan er door belastingambtenaren worden gepost of de betrokkene wel vaker in Nederland verblijft. Ook worden telefoongegevens en -rekeningen, gas- water- en stroomrekeningen opgevraagd. Nederlandse bankrekeningen worden nageplozen op pinbetalingen en andere (vaste) betalingen. Tevens wordt onderzocht met wie de betrokkene een relatie heeft.[2] Ook wordt informatie in het buitenland opgevraagd (bijvoorbeeld bankrekeningafschriften). Het laatste deel van het onderzoek is dat informatie bij de betrokkene zelf wordt opgevraagd. Er van uitgaande dat de Belastingdienst voldoende aangrijpingspunten heeft om te kunnen stellen dat de betrokkene mogelijk in Nederland woonachtig zou kunnen zijn, dan is de betrokkene in beginsel verplicht de gevraagde informatie te verstrekken.[3] Dergelijke onderzoeken leggen het volledige doen en laten van de betrokkene bloot en zijn derhalve een ernstige inbreuk op de privacy en worden als emotioneel belastend ervaren. Het behoeft geen betoog dat de discussie met de Belastingdienst zeer zorgvuldig moet worden ingezet. Er kan immers veel op het spel staan: indien de betrokkene geacht wordt in Nederland te wonen kan de Belastingdienst de Nederlands inkomsten over de afgelopen vijf jaar navorderen maar de buitenlandse inkomsten over de afgelopen 12 jaar![4]

4 Dubbele woonplaats?

De Nederlandse Belastingdienst kan dan misschien wel vinden dat de betrokkene in Nederland woont en hier volledig belastingplichtig is maar een buitenlands belastingdienst (bijvoorbeeld de Belgische of Duitse in onze regio) kan dat ook van mening zijn. Om deze dramatische situatie te voorkomen heeft Nederland belastingverdragen gesloten waarin bepalingen zijn opgenomen om een dubbele woonplaats te voorkomen. In zowel het verdrag met België als het verdrag met Duitsland zijn in artikel 4 de zogenaamde tiebreaker rules” opgenomen. Deze beslisregels hebben tot doel dat uiteindelijk de betrokkene slechts in één land woonachtig is voor de belastingheffing. Dat wordt bereikt door een aantal beslissende criteria in een dwingende volgorde op te nemen. Indien het eerste criterium geen beslissing brengt dan gaat men door naar het tweede criterium enz. De criteria zijn als volgt:

  • Duurzaam tehuis. Dat huis behoeft niet in eigendom te zijn. Als het maar aan de betrokkene ter beschikking staat. Indien dat in beide landen voorhand is, dan
  • Waar de persoonlijke en economische betrekking het nauwst zijn (middelpunt van levensbelang). Indien dit geen uitsluitsel geeft,
  • Waar de betrokkene gewoonlijk verblijft. Indien dit geen uitsluitsel geeft,
  • In welk land de betrokkene onderdaan is. Is hij dat in beide landen,
  • Dan zal er overleg tussen de Belastingdiensten plaatsvinden om in onderling overleg de woonplaats van de betrokkene te bepalen.

5 Afronding

Een discussie over de woonplaats moet, als het even kan, altijd worden voorkomen. De financiële belangen die op het spel staan kunnen zeer groot zijn. Bovendien blijkt in de praktijk dat dergelijke discussies emotioneel belastend zijn, zij grijpen ernstig in het privéleven in. Om een dergelijke discussie te voorkomen dient men gebruik te maken van het meest “formele” criterium van alle materiele criteria, genoemd in de belastingverdragen, te weten: een duurzaam tehuis. Indien bijvoorbeeld een zogenaamde nederbelg uitsluitend een duurzaam tehuis in België bezit, kan hij nooit als binnenlands belastingplichtige in Nederland worden aangemerkt. Ook al wonen zijn vrienden in Nederland, heeft hij zijn onderneming in Nederland, heeft hij zijn overige financiële belangen in Nederland en gaat hij in Nederland naar de huisarts en tandarts. Een gewaarschuwd mens telt voor twee!

mr. Eugène J.M. Rosier advocaat-belastingkundige



[1] Artikel 4, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen

[2] De informatiegaring gaat soms zo ver dat de Belastingdienst bij de stichting museumkaart opvraagt hoe vaak en wanneer een kaarthouder in Nederland een museum heeft bezocht (zie: ECLI:NL:RBAMS:2018:8138)

[3] Artikel 47, lid, 1, sub a, van de Algemene wet inzake rijkbelastingen

[4] Artikel 16, lid 4, van de Algemene wet inzake rijkbelastingen

Algemene voorwaarden Disclaimer Privacyverklaring