Thuis Partners
 
NL / EN / DE

“Als in het besluit wordt afgeweken van het normaal spraakgebruik, moet in het besluit goed worden opgenomen wat er dan wel wordt bedoeld door de initiatiefnemer en gemeente.”

Wie bepaalt wanneer de nacht begint?

Om tien uur ’s avonds nog een brood bij Albert Heijn halen, een nieuwe telefoon in het weekend laten bezorgen of om half drie ’s nachts na het stappen nog een broodje kebab eten. De 24-uurseconomie van Nederland draait op volle toeren. Ook fastfoodketens willen steeds ruimere openingstijden hanteren. Bij een nieuwe vestiging van McDonald’s in Amstelveen leidde dat tot bezwaren bij de buren. In de omgevingsvergunning was opgenomen dat de vestiging ’s nachts gesloten moet zijn. Maar wanneer is dat?

Het bouwplan van McDonald’s

Fastfoodketen McDonald’s heeft bij de gemeente Amstelveen een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een nieuwe vestiging, inclusief parkeerterrein en reclamemast. De bouw van deze vestiging is in strijd met het bestemmingsplan. Het college van burgemeester en wethouders (B&W) is echter van mening dat een omgevingsvergunning kan worden verleend voor afwijken van het bestemmingsplan, zonder dat daarvoor een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad nodig is.

De gemeenteraad heeft namelijk een notitie vastgesteld (de Startnotitie McDonald’s Zijdelweg) waarin voorwaarden zijn opgenomen. Als aan die voorwaarden is voldaan, is een verklaring van geen bedenkingen niet nodig. Eén van die voorwaarden is dat de McDonald’s ’s nachts gesloten moet zijn. B&W sluit daarvoor aan bij de Algemene Plaatselijke Verordening (de APV). Daarin staat dat openbare inrichtingen gesloten zijn op maandag tot en met vrijdag van 02:00 tot 07:00 uur en op zaterdag, zondag en reguliere feestdagen tussen 03:00 en 07:00 uur.

De buren van de nieuwe McDonald’s zijn het daar niet mee eens. Zij vinden dat de nacht duurt van 24:00 tot 07:00 uur.

Afwijken van het bestemmingsplan

Ten eerste valt op dat B&W een vergunning verleend voor afwijken van het bestemmingsplan. Dat kan vragen opwekken. Daarom eerst een korte toelichting in welke gevallen er mag worden afgeweken van het bestemmingsplan.

In het bestemmingsplan is vastgelegd wat er mogelijk is in een omgeving. Daarbij kan worden gedacht aan waar er mag worden gebouwd, waar woningen, winkels, kantoren of industrie komt en hoe hoog en breed een gebouw mag zijn.

Uitgangspunt is dat het verboden is te bouwen in strijd met een bestemmingsplan. Als het bouwplan niet past binnen het bestemmingsplan, mag daar echter in bepaalde gevallen een uitzondering op worden gemaakt. B&W dient dan een vergunning voor afwijken van het bestemmingsplan verlenen. De wet biedt daarvoor drie mogelijkheden:

  1. Afwijken op grond van het bestemmingsplan (binnenplans afwijken);
  2. Afwijken op grond van de zogeheten kruimelgevallenregeling;
  3. Afwijken op grond van een ruimtelijke onderbouwing (buitenplans afwijken).

In het eerste geval geeft het bestemmingsplan zelf regels wanneer een omgevingsvergunning voor afwijken mag worden verleend. Bijvoorbeeld: als de hoogte van een gebouw 10% afwijkt van de maximale bouwhoogte. In het tweede geval biedt de wet een aantal afwijkingsmogelijkheden. Dat zijn de zogenaamde ‘kruimelgevallen’. Daarbij kan worden gedacht aan bepaalde bijgebouwen, dakkapellen, of het omzetten van een bestaand kantoorpand naar winkels. In het laatste geval kan B&W een afwijkingsvergunning verlenen als daar een goede ruimtelijke onderbouwing voor is. In die ruimtelijke onderbouwing moet worden aangetoond dat een initiatief haalbaar en uitvoerbaar is. Bovendien moet het initiatief in overeenstemming zijn met de goede ruimtelijke ordening. Bovendien moet B&W in dat geval een verklaring van geen bedenkingen vragen aan de gemeenteraad. Dat is een verklaring waarin de gemeenteraad aangeeft of zij instemt met de omgevingsvergunning.

Wanneer begint de nacht?

Volgens B&W is in dit geval geen verklaring van geen bedenkingen vereist. B&W vindt dat de vergunning past binnen de randvoorwaarden van de Startnotitie. Omdat de McDonald’s is gesloten na 02:00 uur (en in het weekend na 03:00 uur) meent B&W dat in dit geval aan die randvoorwaarden is voldaan.

De vraag die vervolgens in de procedure aan de orde komt is: hoe moet de voorwaarde in de Startnotitie worden uitgelegd? Hierin staat dat de vestiging van McDonald’s ’s nachts gesloten moet zijn. Maar begint die nacht om 24:00 uur, zoals de buren betogen, of om 02:00 doordeweeks en 03:00 uur in het weekend, zoals de APV zegt?

Omdat in de Startnotitie niet is vermeld wanneer de nacht begint, zoekt de rechtbank voor de uitleg daarvan aansluiting bij het normaal spraakgebruik. Uit de Startnotitie blijkt namelijk niet dat de gemeenteraad de openingstijden uit de APV heeft willen overnemen. De rechtbank overweegt dat volgens het normaal spraakgebruik de nacht begint om 24:00 uur, en niet om 02:00 of om 03:00 uur. De Raad van State is het in hoger beroep daarmee eens: omdat uit de stukken van de gemeente niet duidelijk blijkt wat er wordt bedoeld, moet worden uitgegaan van het normaal spraakgebruik.

Hieruit blijkt dat het van belang is goed in een besluit op te nemen wat er wordt bedoeld. Als in het besluit wordt afgeweken van het normaal spraakgebruik, moet in het besluit goed worden opgenomen wat er dan wel wordt bedoeld door de initiatiefnemer en gemeente. Niet alleen gemeenten moeten hier goed op letten: ook initiatiefnemers dienen goed in de gaten te houden of een besluit duidelijk is. Daarmee kunnen problemen in bezwaar of beroep worden voorkomen.

Algemene voorwaarden Disclaimer Privacyverklaring Cookieverklaring