NL / EN / DE

"Worst nightmare" van een toezichthouder

1 Inleiding

Stelt u zich eens voor: de onderneming of instelling waar u toezicht op houdt, is onderwerp van een (strafrechtelijk) onderzoek dat met publiciteit is omgeven. De worst nigthmarevan een toezichthouder. De eerste vraag die bij u opkomt, wie is er verdachte, wie is er getuige? De onderneming zelf? Iemand van de raad van bestuur of van de raad van toezicht? Een of meer werknemers? Mogelijkheden te over, ieder met hun eigen gevolgen voor de onderneming. Het is hier niet de plaats om dit in detail te bespreken. Wel zal hierna worden ingegaan op de acties die vanuit de toezichthouder moeten worden geïnitieerd om de continuïteit van de onderneming onder dergelijke extreme omstandigheden te waarborgen. In het geval de raad van bestuur in zijn geheel als verdachte is aangemerkt en dus niet meer in staat is om actie te ondernemen, zal u als toezichthouder zo nodig zelf de vereiste acties ter hand moeten nemen.

2 Ongewilde publiciteit

Op het moment dat de onderneming onderwerp van een (strafrechtelijk) onderzoek is geworden, zal dit vaak leiden tot slechte publiciteit. Met "besmette" bedrijven wil men vaak geen zaken meer doen. Dan moet met het oog op de continuïteit van de onderneming actie worden ondernomen. Stil zitten is dan geen optie omdat stakeholders in de onderneming worden benaderd om informatie te verstrekken. De informatieverstrekking vanuit de onderneming dient om een tegenwicht te bieden tegen de vaak ongefundeerde en/of valse beschuldigingen. Proactieve informatieverstrekking komt dan veel sterker en overtuigender over. Bovendien wordt daarmee het geruchtencircuit zo veel als mogelijk de kop ingedrukt.

Het hangt natuurlijk van de aard en organisatie van de onderneming af wie en in welke volgorde moet worden geïnformeerd. Hierna volgt een willekeurige volgorde:

  • Werknemers. Zij hebben vaak het opsporingsonderzoek aan den lijve ondervonden. Bijvoorbeeld de doorzoeking van kantoorruimten of werkplaats. Zij worden door vrienden en bekenden er op aangesproken dat hun werkgever onderwerp van onderzoek is. De werknemers dienen te worden voorgelicht over hun positie ten opzichte van de opsporingsautoriteiten maar moeten ook informatie krijgen die het gebeurde in een voor de onderneming positief licht plaatst. Belangrijk hier is dat de onderneming in haar informatieverstrekking kracht en vooral continuïteit uitstraalt. Zoals bekend verlaten de high potentials als eerste een (dreigend) zinkend schip.
  • Financiers, waaronder leasemaatschappijen en banken. Het is zaak hen zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen over hetgeen is voorgevallen en ook hier dient de onderneming een duidelijke en heldere boodschap te brengen: de continuïteit is gewaarborgd en de onderneming is "in controle". Zoveel als mogelijk moet voorkomen worden dat de financiële portefeuille bij "bijzonder beheer" terecht komt.
  • "Key"-leveranciers en "Key"-afnemers. Ook hier geldt dat de informatieverstrekking zoveel mogelijk moet zijn gericht op de continuïteit van de onderneming. Voorkomen moet worden dat leveranciers plotsklaps alleen nog maar willen leveren bij vooruitbetaling of bij een zeer korte betalingstermijn. Afnemers moet verteld worden dat zij kunnen blijven rekenen op tijdige leveranties van gedegen producten. Indien de onderneming zich richt tot het grote publiek als afnemer kan overwogen worden om een perscommuniqué te publiceren en de sociale media op te zoeken.
  • Tot slot: de aandeelhouders. Ook zij dienen te worden geïnformeerd om hen gerust te stellen en om geroddel te voorkomen.


3 Aard van informatieverstrekking

Het hangt natuurlijk helemaal af van de aard van het (strafrechtelijk) onderzoek hoe de informatieverstrekking moet worden opgebouwd. Indien de onderneming bijvoorbeeld na consultatie van haar raadsman van mening is dat zij volledig wenst mee te werken aan het onderzoek, kan dat natuurlijk worden bekendgemaakt. In dit tijdsgewricht doet een dergelijke mededeling het altijd goed. De informatieverstrekking moet beknopt en overtuigend zijn en natuurlijk niet (aantoonbaar) onjuist. Het is nuttig wanneer een deskundige direct betrokken wordt bij de informatieverstrekking opdat in dat traject geen fouten worden gemaakt. De raadsman in strafzaken heeft meestal een ervaren persvoorlichter achter de hand die de onderneming op dat gebied kan bijstaan.


4 Interventie door de toezichthouder

Met het oog op de continuïteit van de onderneming moet mogelijk worden geïntervenieerd. Is een bestuurder als verdachte in voorlopige hechtenis genomen, dan kan er bijvoorbeeld sprake zijn van belet. Dan dient de statutaire beletregeling te worden toegepast. Overwogen kan worden om de verdachte bestuurder hangende het onderzoek te schorsen en een ad-interim bestuurder te (laten) benoemen om de continuïteit in de onderneming te waarborgen en onrust te voorkomen.

Verder doen de toezichthouders er verstandig aan zelfstandig informatie binnen de organisatie in te winnen en extern advies te vragen (advocaat, forensisch accountant en dergelijke). In het geval een zelfstandig intern onderzoek wordt gelast, dient men goed af te stemmen onder wiens verantwoordelijkheid dat onderzoek plaatsvindt (onder meer met het oog op het antwoord op vraag of er sprake is van een afgeleid verschoningsrecht) en aan wie de informatie ter beschikking wordt gesteld.

Indien op toezichthoudend niveau wordt voorzien dat op korte termijn een aantal beslissingen moet worden genomen en de teugels moeten worden aangetrokken, kan worden gedacht aan het instellen van een ad hoc commissie waaraan de raad van commissarissen de bevoegdheid attribueert om de beslissingen te nemen en de specifiek gevraagde taakuitoefening uit te voeren. Let wel, de geattribueerde toezichthouder dient te waken voor de klassieke fout dat hij als feitelijk bestuurder gaat optreden. Immers vindt dan geen scheiding meer plaats tussen de taakverdeling en ieders bevoegdheden.


5 Tot slot

Het aloude adagium "als je geschoren wordt, moet je stilzitten" is in deze tijd niet meer van toepassing. Vroeger, toen informatie nagenoeg uitsluitend via kranten werd verspreid, werd vaak gezegd: "in de krant van vandaag wordt morgen de vis verpakt". Met andere woorden: slecht nieuws verdampt snel. Helaas geldt dat tegenwoordig niet meer. Op internet blijft slecht nieuws ondernemingen jarenlang achtervolgen. Actieve informatieverstrekking kan daar een goed tegenwicht tegen bieden.


Eugène Rosier en Nico van der Peet