NL / EN / DE

“Werkgevers opgelet: bij een gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst kan uw werknemer recht hebben op een pro-rato transitievergoeding!”

De gedeeltelijke transitievergoeding bij (gedwongen) minder werken

Werkgevers opgelet: bij een gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst kan uw werknemer recht hebben op een pro-rato transitievergoeding!

Inleiding

Art. 7:673 van het Burgerlijk Wetboek (‘BW’) brengt tot uitdrukking dat de werkgever in beginsel een transitievergoeding is verschuldigd aan de werknemer indien de arbeidsovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd en de arbeidsovereenkomst:

  1. door de werkgever is opgezegd; of
  2. op verzoek van de werkgever door de kantonrechter wordt ontbonden; of
  3. na een einde van rechtswege op initiatief van de werkgever niet meer wordt verlengd.

De hoogte van de transitievergoeding wordt berekend over het laatstgenoten loon.

Onduidelijkheid

Onduidelijk was of ook bij een ‘deeltijd- en/of wijzigingsontslag’ een (pro-rato) transitievergoeding is verschuldigd. Reden: van oudsher wordt de arbeidsovereenkomst beschouwd als één en ondeelbaar. Volgens het wettelijk stelsel wordt een arbeidsovereenkomst daarom slechts in haar geheel opgezegd of ontbonden. In de wet is dan ook niet voorzien in een aanspraak op een (pro-rato) transitievergoeding in het geval van een (gedwongen) vermindering van de arbeidsduur c.q. een gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Het (ongewenste) gevolg: bij een (eenzijdige) wijzing van de arbeidsomvang (al dan niet gecombineerd met een wijziging van de functie), zou de werknemer een deel van de transitievergoeding mislopen waarop hij op dat moment aanspraak zou hebben. De transitievergoeding wordt immers berekend over het laatstgenoten loon.

De Hoge Raad geeft uitsluitsel

De Hoge Raad vindt dit laatste onverteerbaar en oordeelt dat een werknemer bij een substantiële en structurele vermindering van de arbeidstijd, bijvoorbeeld bij ”het noodzakelijkerwijs gedeeltelijk vervallen van arbeidsplaatsen wegens bedrijfseconomische omstandigheden” of ”blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de werknemer”, aanspraak heeft op een pro-rato transitievergoeding. Het maakt daarbij niet uit of er bij deze “gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst” sprake is van:

  1. een gedeeltelijke beëindiging; of
  2. een algeheel ontslag gevolgd door een nieuwe, aangepaste arbeidsovereenkomst; of
  3. aanpassing van de arbeidsovereenkomst;

Hierbij noemt de Hoge Raad a) een vermindering van de arbeidstijd met ten minste twintig procent een substantiële vermindering en b) een vermindering die naar redelijke verwachting blijvend zal zijn een structurele vermindering.

De (pro-rato) transitievergoeding dient vervolgens te worden berekend naar evenredigheid van de vermindering van de arbeidstijd en uitgaande van het loon waarop voorheen aanspraak bestond.

Les voor de praktijk

Les voor de praktijk is dat de arbeidsovereenkomst niet langer als ondeelbaar wordt beschouwd voor wat betreft de transitievergoeding. Bij een (gedwongen) gedeeltelijke beëindiging bent u als werkgever dus (mogelijk) een (pro-rato) transitievergoeding verschuldigd aan uw werknemer.