Sociale huur en woningbezit: wanneer kan een corporatie een huurovereenkomst beëindigen?

29 januari, 2026

Het Centraal Planbureau (CPB) meldde op 13 januari 2026 dat bijna 12.000 corporatiehuurders ook (mede)eigenaar zijn van een of meer woningen. De cijfers brengen scheefwonen (opnieuw) onder de aandacht. Sociale huurwoningen zijn schaars en bedoeld voor huishoudens die deze woningen nodig hebben. De vraag is daarom in hoeverre het huidige systeem voldoende waarborgen biedt om schaarse sociale huurwoningen te laten terechtkomen bij huishoudens waarvoor zij zijn bedoeld.

 

Wat is scheefwonen en hoe ontstaat het?

De toegang tot sociale huur is in de kern inkomensafhankelijk. Bij toewijzing wordt gekeken naar het (gezamenlijk) inkomen van een huishouden en of dat binnen de geldende grenzen valt. De vermogenspositie van een aanvrager weegt daarbij doorgaans niet mee. Hierdoor kan de situatie ontstaan dat iemand op basis van inkomen in aanmerking komt voor een sociale huurwoning, terwijl er tegelijkertijd vermogen is (of later ontstaat), bijvoorbeeld in de vorm van woningbezit.

 

Wat als de situatie later verandert?

De toets of iemand in aanmerking komt voor een sociale huurwoning vindt plaats bij de start van het huurcontract. Daarna kan de financiële situatie van de huurder veranderen. Denk aan een hoger inkomen door een nieuwe baan of promotie, het verkrijgen van vermogen door een erfenis, of het (mede)kopen van een woning (bijvoorbeeld met een nieuwe partner), terwijl de sociale huurwoning wordt aangehouden.

In de praktijk blijft de huurovereenkomst in zulke gevallen meestal gewoon doorlopen. Dat hangt samen met de sterke huurbescherming in het Nederlandse recht: een eenmaal aangegaan huurovereenkomst eindigt niet automatisch omdat de huurder in een financieel betere positie komt te verkeren.

 

Welke mogelijkheden heeft een woningcorporatie in de praktijk?

Dat een huurovereenkomst doorgaans doorloopt, betekent niet dat een corporatie niets kan doen, maar de instrumenten zijn beperkt.

Als het inkomen van een huurder boven een bepaalde grens uitkomt, kan de verhuurder soms een inkomensafhankelijke huurverhoging doorvoeren. Dat is een financieel instrument; het is geen route om de huurovereenkomst te beëindigen.

Beëindiging van de huurovereenkomst kan alleen met instemming van de huurder of langs de wegen die de wet toelaat, zoals opzegging met een wettelijke opzeggingsgrond of ontbinding wegens een tekortkoming. Een hoger inkomen of het hebben van vermogen is geen zelfstandige beëindigingsgrond.

 

ECLI:NL:RBAMS:2025:2080

Toch kan woningbezit onder bepaalde omstandigheden een rol spelen: de kantonrechter in Amsterdam heeft op 27 maart 2025 geoordeeld dat stichting Ymere (een toegelaten instelling krachtens de woningwet) de huurovereenkomst met een huurder die meerdere koopwoningen bezit, mocht beëindigen.

In die zaak huurde de huurder sinds 24 oktober 2014 een sociale huurwoning van Ymere. In de periode 2016-2024 werd de huurder eigenaar van drie woningen. Twee daarvan werden verhuurd en een werd verkocht. Op 10 juni 2024 beëindigde Ymere de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik. Omdat de huurder niet instemde, stapte Ymere naar de rechter.

Ymere stelde dat zij de woning nodig had om deze opnieuw beschikbaar te stellen voor een huurder binnen de doelgroep waarvoor sociale huur is bedoeld. Het woningbezit van de huurder werd daarbij aangevoerd als belangrijke aanwijzing dat de huurder (niet langer) tot die doelgroep behoorde.

De kantonrechter overwoog dat het verhuren aan bepaalde (wettelijk gedefinieerde) doelgroepen onder ‘eigen gebruik’ kan vallen. Op basis daarvan kan een huurovereenkomst worden opgezegd wanneer een

huurder niet langer tot de bijzondere doelgroep behoort waarvoor hij de huurovereenkomst heeft mogen sluiten. De gedachte daarachter is het bevorderen van doorstroming en een rechtvaardige verdeling van de schaarse woningvoorraad.

Daarbij maakt de kantonrechter wel een duidelijke kanttekening: in de situatie waarin iemand slechts meer gaat verdienen of veel vermogen heeft (maar geen woningbezit), ligt een beroep op dringend eigen gebruik niet voor de hand. In deze uitspraak draaide het echt om het verkrijgen en hebben van woningbezit naast het aanhouden van de sociale huurwoning.

 

Kortom

Een stijgend inkomen leidt niet automatisch tot beëindiging van een huurovereenkomst; hooguit tot (inkomensafhankelijke) huurverhoging. Maar wanneer een huurder naast een sociale huurwoning ook een of meer woningen verkrijgt (bezit), kan een woningcorporatie onder bepaalde omstandigheden wel een succesvol beroep doen op de beëindigingsgrond dringend eigen gebruik, juist vanwege het doel om sociale huurwoningen beschikbaar te houden voor de beoogde doelgroep.

Was dit artikel nuttig?

Wij bespreken graag uw persoonlijke situatie tijdens een vrijblijvende kennismaking met een voor uw situatie relevante specialist.

Een van onze adviseurs neemt binnen uiterlijk één werkdag contact met u op om samen een afspraak in te plannen